De koppeling zit links van de rem, helemaal links op de vloer van de bestuurderszijde. Je bedient hem met je linkervoet. In een auto met handgeschakelde versnellingsbak zijn er drie pedalen: het gaspedaal rechts, de rem in het midden en de koppeling links. De koppeling is altijd het pedaal dat het verst naar links staat.
Bij een automaat ontbreekt de koppeling. Dat pedaal is er simpelweg niet. Je hebt dan alleen een rem en een gaspedaal. Dit is meteen te zien als je instapt: twee pedalen betekent automaat, drie pedalen betekent een handgeschakelde versnellingsbak.
Hoe herken je de koppeling?
Het koppelingspdaal ziet er vrijwel hetzelfde uit als het rempedaal. Beide hebben een platte, brede rubber of kunststof plaat. Het gaspedaal is iets smaller en staat schuin. De koppeling voel je ook: als je hem indrukt, is er een lichte weerstand, maar hij gaat soepel diep in. Halverwege het indrukken en loslaten zit het zogenoemde aangrijpingspunt, het punt waarop je voelt dat de motor met de wielen in verbinding komt.
In vrijwel elke personenauto met handgeschakelde versnellingsbak is de volgorde van links naar rechts altijd hetzelfde: koppeling, rem, gas. Deze volgorde is in Europa en Nederland gestandaardiseerd. Je hoeft dus nooit te zoeken.
Waar zit de koppeling in het mechanische systeem?
Naast het pedaal zit de koppeling ook als mechanisch onderdeel in de auto zelf, namelijk tussen de motor en de versnellingsbak. Dit onderdeel heet de koppelingschijf (of koppelingsplaat). Als je het pedaal indrukt, verbreek je de verbinding tussen de motor en de aandrijving. Zo kun je van versnelling wisselen zonder dat de motor blokkeert of de wielen schokken.
Dit mechanische deel zit dus ingebouwd achter het motorblok, onzichtbaar van buitenaf. Wat je als bestuurder bedient, is het pedaal in de cabine. Die twee zijn via een kabel of hydraulisch systeem met elkaar verbonden.
Wanneer gebruik je de koppeling?
Je gebruikt de koppeling bij vier situaties:
- Optrekken vanuit stilstand
- Schakelen naar een hogere of lagere versnelling
- Afremmen tot stilstand
- Achteruitrijden
Bij optrekken druk je de koppeling volledig in, zet je de eerste versnelling in en laat je de koppeling langzaam los totdat je het aangrijpingspunt voelt. Op dat punt begint de auto te bewegen. Geef dan geleidelijk gas terwijl je de koppeling verder loslaat. Te snel loslaten geeft een schok of de motor slaat af.
Veelgemaakte fouten met de koppeling
Een veelgemaakte fout is je voet halfweg op de koppeling laten rusten terwijl je rijdt. Dit heet “slippen” en slijt de koppelingsplaat onnodig. Houd je voet van het pedaal af als je niet schakelt of stopt.
Een andere valkuil is de koppeling te lang ingetrapt houden bij rood licht of file. Zet in dat geval de versnellingsbak in de vrijstand (N) en laat de koppeling los. Dat spaart het mechanische koppelingsonderdeel.
De koppeling zit dus links van de rem, dat onthoud je snel. En als je drie pedalen ziet, weet je meteen: de meest linkse is altijd de koppeling.