Automaat rijden in de bergen: zo doe je het goed

Geschreven door:

X
Facebook
LinkedIn

Inhoudsopgave

Met een automaat rijden in de bergen vraagt een andere aanpak dan op de snelweg. De grootste valkuil is blind vertrouwen op de automatische versnellingsbak: laat je hem zijn gang gaan, dan riskeer je oververhitte remmen bergaf of een motor die bergop constant op hoge toeren draait. De oplossing is simpel: schakel handmatig bij, ook in een automaat.

Waarom een automaat in de bergen anders rijdt

Een automatische versnellingsbak kiest zelf de versnelling op basis van rijsnelheid en gasstand. Op een vlakke weg werkt dat prima. In de bergen verandert de situatie voortdurend: steile hellingen, scherpe bochten en lange afdaingen vragen om een versnelling die bewust gekozen is, niet automatisch geselecteerd. De automaat “ziet” een lange helling bergaf niet als reden om een lagere versnelling te kiezen. Hij rijdt gewoon door in een hogere versnelling, waardoor je voortdurend op de remmen moet staan. Dat is precies wat je niet wilt.

Automaat rijden in de bergen: bergop

Schakel bergop tijdig terug naar een lagere versnelling. Doe je dat niet, dan blijft de motor worstelen in een te hoge versnelling. Het gevolg is dat de automaat alsnog terugschakelt, maar dat gebeurt pas als de motor het echt nodig heeft, wat meer belasting geeft dan wanneer jij zelf op tijd terugschakelt. Bij de meeste moderne automaten heb je daarvoor een handmatige modus: een “S”-stand (sport), peddleshifters aan het stuur of een schakelmodus waarbij je de hendel naar voor of achter beweegt voor hogere of lagere versnellingen.

Gebruik die handmatige modus actief. Zie je een lange klim aankomen? Schakel dan van tevoren terug. Zo heeft de motor genoeg kracht zonder dat je gas moet geven tot de bodem. Je rijdt rustiger, verbruikt minder brandstof en de automaat hoeft niet voortdurend te zoeken naar de juiste versnelling.

Automaat rijden in de bergen: bergaf

Bergaf is motorremprestatie minstens zo belangrijk. Rem je puur met je voet, dan bouwen de remschijven enorme hitte op. Op een lange, steile afdaling kan dat leiden tot remverlies, ook wel “fading” genoemd: de remmen worden zo heet dat ze tijdelijk veel minder goed werken. Dat is gevaarlijk.

De ANWB adviseert om ook bergaf handmatig terug te schakelen, zodat de motor helpt remmen. In een lagere versnelling rijden bergaf voelt aanvankelijk alsof je de auto afremt zonder het pedaal aan te raken. Dat klopt: de motor neemt een deel van de remkracht over. Kies bij een steile afdaling gerust voor versnelling 2 of zelfs 1 als de helling dat vraagt. Gebruik daarna de gewone rem alleen voor bijsturing, niet als enige remkracht.

Concreet: rijd je een bergpas af met een helling van 8 tot 10 procent over meerdere kilometers, schakel dan terug naar een versnelling die je snelheid op 40 tot 50 km/u houdt zonder dat je voortdurend remt. Moet je remmen, doe het dan kort en krachtig, en laat de remmen daarna even afkoelen. Niet continu licht drukken.

Welke stand gebruik je wanneer?

  • D (Drive): voor normaal rijden op vlakke wegen en lichte hellingen.
  • S (Sport) of handmatige modus: voor bergop en bergaf op steile wegen. Je bepaalt zelf de versnelling.
  • L of 1/2: voor zeer steile hellingen of smalle bergweggetjes waar je traag en gecontroleerd wilt rijden.
  • Peddleshifters: handig voor snelle bijschakelingen zonder je handen van het stuur te halen.

Niet elke automaat heeft dezelfde indeling. Kijk voor vertrek even in het handboek van je auto welke standen beschikbaar zijn en wat ze doen. Dat kost vijf minuten en voorkomt verassingen op een smal bergweggetje.

Veelgemaakte fouten bij automaat rijden in de bergen

De meest gemaakte fout is in de D-stand blijven hangen en alles aan de auto overlaten. Dat is bergaf gevaarlijk (oververhitte remmen) en bergop oncomfortabel (de auto zoekt voortdurend een versnelling). Een tweede fout is te laat schakelen: wacht niet tot je halverwege de helling zit. Schakel van tevoren terug, zodat de motor al in de juiste versnelling zit wanneer de helling begint.

Een derde valkuil: denken dat een automaat altijd “slimmer” is dan jijzelf. Op bergwegen geldt dat niet. Jij ziet de bocht, de helling en het bord. De auto reageert pas achteraf.

Rijd je voor het eerst met een automaat door de bergen, oefen dan eerst op een rustige weg met lichte hellingen. Zo went je aan de reactie van de bak en voel je precies wanneer motorremming werkt. Daarna is een echte bergpas een stuk minder spannend.

Over de auteur

Andere items